Syfilis: waarom het wegtrekt en later terugkomt
Een zweertje dat van zichzelf verdwijnt is bij syfilis geen goed nieuws. De stadia, de klachten en waarom de diagnoses in Nederland blijven stijgen.
Syfilis stond jarenlang bekend als een ziekte uit de geschiedenisboeken. De cijfers van het RIVM zeggen iets anders: in 2025 registreerden de Centra Seksuele Gezondheid 1.927 syfilis-diagnoses, tegen 1.798 in 2024. Dat is een stijging in een jaar waarin het totale aantal soa-consulten juist met 8 procent daalde.
Wat syfilis bijzonder maakt
De meeste soa's doen één ding: ze geven klachten, of ze geven er geen. Syfilis doet iets ongewoners. Het verloopt in stadia, en tussen die stadia lijkt het alsof de infectie weg is.
Eerste stadium. Twee tot zes weken na de besmetting ontstaat er een zweertje op de plek waar de bacterie binnenkwam: penis, vagina, anus, soms de mond. Het is meestal hard en opvallend genoeg pijnloos — precies daardoor wordt het gemist of afgedaan als een irritatie. Na een paar weken verdwijnt het van zichzelf.
Tweede stadium. Weken tot maanden later kunnen er andere klachten komen: huiduitslag, vaak ook op de handpalmen en voetzolen, gezwollen klieren, koorts, moeheid, haaruitval in plekjes. Ook die klachten trekken weer weg.
Daarna. De bacterie is er nog, maar geeft jarenlang geen klachten. In een deel van de gevallen veroorzaakt onbehandelde syfilis na jaren schade aan het hart, de bloedvaten of het zenuwstelsel.
Waarom het blijft stijgen
Een deel van de verklaring is dat syfilis zich goed laat verspreiden door die klachtenvrije periodes: iemand die geen zweertje meer ziet, heeft geen reden om te testen en kan de bacterie nog wel doorgeven. Bij de Centra Seksuele Gezondheid wordt syfilis het vaakst gevonden bij mannen die seks hebben met mannen — in 2025 bij 2,5 procent van die consulten — maar de aantallen bij vrouwen en bij mannen die seks hebben met vrouwen stegen in 2025 ook, van 43 naar 60 en van 56 naar 64 diagnoses.
Daarbij komt wat de cijfers van 2025 vooral laten zien: er wordt minder getest. Minder consulten met meer vondsten betekent dat er infecties rondgaan waar niemand naar kijkt.
Testen op syfilis
Een syfilis-test zoekt antistoffen, en die heeft je lichaam een paar weken nodig om aan te maken. Test je te vroeg, dan kan de uitslag negatief zijn terwijl de infectie er is. Bij onze HIV & Syfilis Thuistest adviseren we daarom minimaal vier tot zes weken te wachten na het risicomoment. De test werkt met een vingerprik, geeft binnen 10 minuten een uitslag en heeft een gemiddelde nauwkeurigheid van 98 procent.
Dat hiv en syfilis in één test zitten, is geen toeval: het zijn dezelfde risicomomenten, en bij de GGD worden ze standaard samen nagekeken. De volledige uitleg over wachttijden staat in hoelang moet je wachten voordat een soa-test betrouwbaar is.
Eén beperking om te kennen: een antistoftest kan positief blijven nadat een syfilis-infectie is behandeld. Ben je ooit voor syfilis behandeld, dan is een zelftest dus niet de juiste manier om een nieuwe infectie uit te sluiten — dat vraagt om bloedonderzoek in een laboratorium, waar naar de hoogte van de antistoffen gekeken wordt.
Bij een positieve uitslag of een zweertje
Naar de huisarts of de GGD. Syfilis is met antibiotica goed te behandelen, en hoe eerder dat gebeurt, hoe minder er aan de hand is. Een zweertje of een onverklaarde huiduitslag op handpalmen en voetzolen is reden om te gaan, ook zonder test en ook als het alweer wegtrekt.
Wat er na een positieve zelftest gebeurt, staat in twee streepjes op je zelftest — wat doe je nu. Wil je syfilis samen met de vier andere veelvoorkomende soa's nakijken, dan zit hij in de Complete SOA Thuistest.
Een zelftest geeft een betrouwbare eerste indicatie, maar vervangt geen medische diagnose. Bevestig een positieve of twijfelachtige uitslag altijd bij een arts of de GGD.