Promillegrens in Nederland: wat een alcoholtester je wel en niet vertelt
De grens is 0,5 promille, en 0,2 voor beginnende bestuurders. Waarom de ochtend na het stappen het echte risico is, en wat een alcoholtester daarbij doet.
De meeste mensen die een alcoholtester kopen, doen dat niet om 's avonds te kijken of ze nog mogen rijden. Ze doen het voor de ochtend erna.
De grenzen, zonder omhaal
In Nederland geldt voor bestuurders een grens van 0,5 promille alcohol in het bloed. Volgens de Rijksoverheid komt dat neer op ongeveer twee glazen — ongeveer, want hoeveel promille één glas oplevert verschilt per persoon.
Voor beginnende bestuurders is de grens 0,2 promille. Je bent beginnend bestuurder gedurende vijf jaar na het halen van je eerste rijbewijs. Die 0,2 is in de praktijk bijna nul: één glas kan er al boven zitten.
Waarom de ochtend het probleem is
Je lever breekt alcohol af in een vast tempo, en dat tempo is laag: volgens ALCOHOLInfo duurt het afbreken van één standaardglas 1 tot 1,5 uur. Zes glazen zijn dus zes tot negen uur. Ga je om twee uur 's nachts naar bed na een avond doorzakken, dan kun je om acht uur 's ochtends nog boven de grens zitten terwijl je je volkomen nuchter voelt.
En dan het deel dat de meeste mensen niet willen horen: je kunt dat tempo niet opvoeren. Koffie niet, een koude douche niet, slapen niet, overgeven niet, een stevig ontbijt niet. Je voelt je er wakkerder door, en dat is precies het risico: je promillage zakt niet sneller, alleen je besef ervan.
Wat een alcoholtester hierbij doet
Een alcoholtester meet alcohol in je uitgeademde lucht en rekent dat om naar een waarde op het scherm. Onze Digitale Alcoholtester doet dat met een halfgeleidersensor, geeft binnen enkele seconden een uitslag en is herbruikbaar — in tegenstelling tot de andere testen in onze winkel, die je eenmalig gebruikt.
Wat zo'n apparaat goed kan: je laten zien dat je er na een avond nog niet bent. Dat is de nuttige functie. Een getal van 0,6 om acht uur 's ochtends is een concreter argument om de trein te nemen dan een vaag gevoel.
Wat het níet is:
- Geen juridisch bewijsmiddel. Een halfgeleidersensor is geschikt voor consumentengebruik. De politie meet met geijkte apparatuur en, bij een overtreding, met bloedonderzoek. Jouw 0,4 op het display is bij een controle geen verweer.
- Geen vrijbrief. Een gunstige meting betekent niet dat je rijvaardig bent. Slaaptekort doet met je reactietijd ongeveer hetzelfde als alcohol, en dat meet geen enkel apparaat.
- Niet nauwkeurig op elk moment. Meet je binnen een kwartier na je laatste slok, dan meet je restalcohol in je mond en niet in je bloed. Wacht minimaal 15 tot 20 minuten en spoel je mond met water — geen mondwater, want daar zit alcohol in.
Het apparaat bijhouden
Een sensor loopt op den duur af. Wij adviseren jaarlijkse kalibratie, of na ongeveer 200 metingen. Gebruik per meting een schoon mondstuk, en bewaar het apparaat niet in een hete auto: hitte is slecht voor de sensor en voor de batterijen.
Blaas rustig en gelijkmatig tot het piepje. Half blazen of met tussenpozen geeft een te lage waarde, en dat is precies de verkeerde kant om fout te zitten.
De eerlijke samenvatting
Een alcoholtester is nuttig als tegenwicht tegen je eigen gevoel, en je eigen gevoel is de onbetrouwbaarste meter die er is. Hij is geen manier om precies tot aan de grens te drinken. Wie dat als doel heeft, gebruikt het apparaat verkeerd — de grens is geen streefwaarde.
Het apparaat staat in de winkel, bij de middelentesten.
Een zelftest geeft een betrouwbare eerste indicatie, maar vervangt geen medische diagnose. Bevestig een positieve of twijfelachtige uitslag altijd bij een arts of de GGD.