Hoe lang blijft alcohol in je bloed?
Je lever breekt ongeveer een standaardglas per anderhalf uur af, en dat tempo is nergens mee op te voeren. Wat dat betekent voor de ochtend erna, in uren.
De vraag wordt bijna altijd gesteld met een specifieke aanleiding: morgenochtend moet ik rijden. Dus begint dit artikel met het getal, en komt de nuance daarna.
Het tempo
Je lever breekt alcohol af met ongeveer 0,1 tot 0,25 promille per uur. Eén standaardglas kost hem ongeveer anderhalf uur.
Een standaardglas is in Nederland ongeveer tien gram pure alcohol. Dat is een glas bier van 250 cc met 5 procent, een glas wijn van 100 cc met 12 procent, of een glaasje sterke drank van 35 cc met 35 procent. Het thuisglas wijn dat je inschenkt is vaak groter dan 100 cc, en een speciaalbier van 8 procent is geen standaardglas maar bijna twee.
Dat afbraaktempo staat vast en is onafhankelijk van je geslacht en je gewicht. Een forse man breekt niet sneller af dan een tengere vrouw. Wat wel verschilt is hoe hoog je promillage om te beginnen wordt: alcohol verdeelt zich over het vocht in je lichaam, en mannen hebben daar gemiddeld ongeveer 11 procent meer van dan vrouwen. Zelfde glas, hoger promillage bij de vrouw — maar daarna zakt het bij allebei even langzaam.
De ochtend erna, in uren
Tel vanaf je laatste glas, niet vanaf het moment dat je naar bed ging.
| Aantal standaardglazen | Ongeveer afgebroken na |
|---|---|
| 2 | 3 uur |
| 4 | 6 uur |
| 6 | 9 uur |
| 8 | 12 uur |
| 10 | 15 uur |
Dat is een ruwe richting, geen garantie — zie de waarschuwing verderop. Maar de orde van grootte is het punt: ga je om twee uur 's nachts naar bed na acht glazen, dan ben je rond twee uur 's middags pas rond. Niet om acht uur 's ochtends als je wakker wordt en je prima voelt.
Wat het tempo niet opvoert
Niets. Dat is geen stijlfiguur.
- Koffie maakt je wakker, niet nuchter. Je promillage blijft identiek, alleen je besef ervan verandert — en dat maakt het gevaarlijker, niet minder gevaarlijk.
- Een koude douche doet hetzelfde.
- Slapen verandert het tempo niet; er gaan alleen uren voorbij, en dat zou wakker ook gebeurd zijn.
- Eten helpt wel vooraf: met eten in je maag komt alcohol langzamer in je bloed. Achteraf doet het niets meer.
- Water drinken helpt tegen de kater, niet tegen het promillage.
- Sporten of uitzweten breekt geen alcohol af; de lever doet dat, en bijna alleen de lever.
Waarom elke tabel een schatting blijft
De bovenstaande rij uren gaat uit van gemiddelden. In de praktijk schuift het, door:
- Hoeveel vocht je lichaam heeft. Dat hangt af van bouw, botstructuur en vetpercentage.
- Hoe groot je glazen werkelijk waren. Dit is veruit de grootste bron van misrekening.
- Hoe gewend je bent aan drinken. Mensen die veel drinken, breken gemiddeld sneller af. Dat is geen voordeel waar je iets aan hebt en ook geen reden om er meer van te verwachten.
- De spreiding in het tempo zelf. 0,1 of 0,25 promille per uur is een verschil van meer dan het dubbele.
Over hoe je dat omrekent naar een promillage, en waarom geen enkele rekenhulp het precies kan weten, gaat Promille berekenen.
Wat je er wel zeker over kunt weten
Meten. Een alcoholtester laat zien waar je 's ochtends werkelijk staat, en dat is informatie die geen enkele tabel je kan geven. Onze Digitale Alcoholtester geeft binnen enkele seconden een waarde en is herbruikbaar.
Twee dingen daarbij. Meet pas vijftien tot twintig minuten na je laatste slok, anders meet je restalcohol in je mond. En spoel met water, niet met mondwater — daar zit alcohol in.
Wat het apparaat niet is: een vrijbrief, en geen juridisch bewijs. De politie meet met geijkte apparatuur. Wat het wel is: een getal dat je eigen gevoel tegenspreekt op het moment dat je eigen gevoel ongelijk heeft. Meer daarover staat in Promillegrens in Nederland.
Kort samengevat
- Ongeveer anderhalf uur per standaardglas, 0,1 tot 0,25 promille per uur.
- Het tempo hangt niet af van geslacht of gewicht; je starthoogte wel.
- Tel vanaf je laatste glas, niet vanaf je bedtijd.
- Niets versnelt de afbraak: koffie, douche en slaap allemaal niet.
- Elke tabel is een schatting; alleen meten geeft je jouw getal.
Een zelftest geeft een betrouwbare eerste indicatie, maar vervangt geen medische diagnose. Bevestig een positieve of twijfelachtige uitslag altijd bij een arts of de GGD.