SanoTest

Promille berekenen: waarom elke rekenhulp een schatting geeft

De formule achter elke rekenhulp is dezelfde, en rust op aannames over jouw lichaam die niemand kent. Waar de onzekerheid zit en hoe groot die is.

Typ "promille berekenen" en je krijgt tientallen rekenhulpen. Je vult gewicht, geslacht, aantal glazen en uren in, en er komt een getal uit met een komma erachter. Dat getal ziet er preciezer uit dan het is, en dit artikel legt uit waarom.

De formule die er onder zit

Vrijwel elke rekenhulp gebruikt een variant op dezelfde redenering, die uit de jaren dertig stamt.

  1. Reken je glazen om naar grammen alcohol. Een standaardglas is in Nederland ongeveer tien gram.
  2. Deel dat door het vocht in je lichaam, want daar verdeelt alcohol zich over. Dat vocht wordt geschat als een percentage van je gewicht: ruwweg 65 procent voor mannen en 52 procent voor vrouwen.
  3. Trek daar de afbraak vanaf: ongeveer 0,1 tot 0,25 promille per uur sinds je eerste glas.

Daar komt een promillage uit. En in elk van die drie stappen zit een aanname die voor jou net anders ligt.

Waar het misgaat: stap 1

"Een glas" is geen maat. Een standaardglas is 250 cc bier van 5 procent, 100 cc wijn van 12 procent of 35 cc sterke drank van 35 procent.

Het glas wijn dat je thuis inschenkt is vaak 150 tot 200 cc — anderhalf tot twee standaardglazen uit één glas. Een speciaalbier van 8 procent in een glas van 300 cc is bijna twee en een half standaardglas. Wie vier van die bieren invult als "vier glazen", rekent zichzelf bijna de helft te laag.

Dit is veruit de grootste foutenbron, en hij zit niet in de rekenhulp maar in wat je erin typt.

Waar het misgaat: stap 2

Die 65 en 52 procent zijn gemiddelden. Hoeveel vocht jouw lichaam heeft, hangt af van je bouw, je botstructuur en vooral je vetpercentage — vet houdt nauwelijks vocht vast. Twee mannen van 85 kilo, de een gespierd en de ander niet, komen bij hetzelfde aantal glazen op een merkbaar verschillend promillage uit.

Geen rekenhulp vraagt naar je vetpercentage, dus geen rekenhulp kan dit weten.

Waar het misgaat: stap 3

De afbraak ligt tussen 0,1 en 0,25 promille per uur. Dat is een verschil van meer dan het dubbele, en waar jij in die marge zit hangt onder meer af van hoe gewend je bent aan drinken.

Reken zes uur vooruit en dat verschil is opgelopen tot 0,9 promille. Dat is niet de marge tussen "mag net wel" en "mag net niet" — dat is het verschil tussen nuchter en flink boven de grens.

Daar komt nog iets bij dat de formule helemaal niet kent: de opname. Op een lege maag piekt je promillage sneller en hoger dan na een maaltijd. Een rekenhulp doet alsof alcohol direct en volledig in je bloed zit, en dat klopt in het eerste uur niet.

Wat de uitkomst dan wel waard is

Als orde van grootte: prima. Twaalf glazen tot vier uur 's nachts betekent dat je om negen uur 's ochtends vrijwel zeker niet mag rijden, en dat ziet elke rekenhulp goed.

Als antwoord op "zit ik onder de 0,5": niet bruikbaar. Precies in het gebied waar je het antwoord nodig hebt, is de onzekerheid groter dan de grens zelf. En dat geldt dubbel voor beginnende bestuurders, waar de grens op 0,2 promille ligt — daar past één glas al overheen.

Een rekenhulp is ook de verkeerde vraag

Wie uitrekent of hij nog net onder de grens zit, gebruikt het instrument als drempelzoeker. De grens is geen streefwaarde, en de officiële grens zegt ook niets over of je rijvaardig bent: je reactietijd en je inschattingsvermogen gaan ruim onder 0,5 promille al achteruit.

De nuttige vraag is niet "hoeveel heb ik nu" maar "ben ik morgenochtend weer op nul". Daar is een ruwe tabel genoeg voor, en die staat in Hoe lang blijft alcohol in je bloed?.

Meten in plaats van rekenen

Het alternatief voor een schatting is een meting. Een alcoholtester meet alcohol in je uitgeademde lucht en slaat alle aannames over — geen gewicht, geen geslacht, geen glazen die je verkeerd hebt geteld. Onze Digitale Alcoholtester doet dat in enkele seconden en is herbruikbaar.

Wacht met meten tot vijftien à twintig minuten na je laatste slok, en spoel met water in plaats van mondwater. En weet wat het apparaat niet is: geen juridisch bewijsmiddel, en geen toestemming om tot aan de grens te drinken.

Kort samengevat

  • Elke rekenhulp gebruikt dezelfde formule, met drie aannames over jouw lichaam.
  • De grootste fout maak je zelf, bij het tellen van je glazen.
  • De marge in de afbraak loopt na een paar uur op tot bijna een hele promille.
  • Als orde van grootte is de uitkomst bruikbaar, als antwoord op "zit ik net onder 0,5" niet.
  • Een meting slaat alle aannames over.

Een zelftest geeft een betrouwbare eerste indicatie, maar vervangt geen medische diagnose. Bevestig een positieve of twijfelachtige uitslag altijd bij een arts of de GGD.

Bekijk de zelftesten

Verder lezen

Hier heb je waarschijnlijk ook iets aan

Alcohol

Hoe lang blijft alcohol in je bloed?

Je lever breekt ongeveer een standaardglas per anderhalf uur af, en dat tempo is nergens mee op te voeren. Wat dat betekent voor de ochtend erna, in uren.

· 4 min

Alle artikelen

BellenBekijk alle testen