Een vruchtbaarheidstest voor de man: wat meet je eigenlijk?
Een thuistest meet de concentratie zaadcellen, en dat is een van de vier dingen die meetellen. Wat de uitslag wel zegt, en wanneer je verder moet kijken.
Als een zwangerschap uitblijft, kijken de meeste koppels eerst naar de vrouw. Dat is een hardnekkig patroon, want bij ongeveer de helft van de koppels met een onvervulde kinderwens speelt een factor aan de kant van de man mee. En de man laten nakijken is bovendien veel eenvoudiger dan het omgekeerde.
Wat een thuistest meet
Onze Vruchtbaarheidstest Man meet één ding: de concentratie zaadcellen in je sperma — hoeveel zaadcellen er per milliliter zitten. De test geeft binnen 10 minuten aan of die concentratie boven of onder de drempelwaarde van de test ligt, met een gemiddelde nauwkeurigheid van 96 procent.
Dat is een nuttig getal en het is niet het hele verhaal. Bij een spermaonderzoek in een laboratorium wordt naar vier dingen gekeken:
- Concentratie — hoeveel zaadcellen per milliliter. Dit meet een thuistest.
- Beweeglijkheid — hoeveel ervan vooruit zwemmen, en hoe krachtig. Dit meet een thuistest niet.
- Vorm — hoeveel zaadcellen normaal van vorm zijn. Dit meet een thuistest niet.
- Volume — hoeveel sperma er in totaal is.
De Wereldgezondheidsorganisatie publiceert hiervoor ondergrenzen. In de zesde editie van het WHO-handboek (2021) ligt de ondergrens voor concentratie op 16 miljoen zaadcellen per milliliter, voor progressieve beweeglijkheid op 30 procent, voor normale vorm op 4 procent en voor volume op 1,4 milliliter.
Hoe je een representatief monster neemt
Dit bepaalt de uitslag meer dan mensen denken.
- Twee tot zeven dagen onthouding voor de test. Minder, en de concentratie is kunstmatig laag; veel meer, en de kwaliteit gaat juist achteruit.
- Vang het hele monster op, in het meegeleverde bekertje. Het eerste deel van een ejaculatie bevat de meeste zaadcellen; mis je dat, dan mis je het grootste deel van je uitslag.
- Houd je aan de mengverhouding met de verdunningsvloeistof uit de bijsluiter. Dit is de stap waar het in de praktijk het vaakst misgaat.
- Lees af op de aangegeven tijd. Niet eerder, niet een uur later.
Waarom één test te weinig is om conclusies te trekken
Spermakwaliteit schommelt. Een griep met koorts, een lange hete zomer, een periode van slecht slapen of veel stress, een nieuw medicijn: het kan allemaal weken doorwerken in je concentratie, omdat de aanmaak van zaadcellen ongeveer twee tot drie maanden duurt. Wat je vandaag meet, zegt dus iets over de omstandigheden van een kwartaal geleden.
Daarom hechten laboratoria ook zelden conclusies aan één meting. Krijg je een uitslag onder de drempelwaarde, dan is de verstandige vervolgstap niet paniek maar een tweede meting na een paar weken — en daarna, als het beeld hetzelfde blijft, een echt spermaonderzoek via de huisarts, een uroloog of een fertiliteitskliniek. Dat onderzoek kijkt ook naar beweeglijkheid en vorm, en dat is informatie die je thuis niet kunt krijgen.
Wanneer je niet moet wachten op een thuistest
Bij een onvervulde kinderwens is de gangbare lijn: na een jaar proberen zonder zwangerschap is het tijd voor onderzoek, en eerder als de vrouw boven de 35 is of als er een bekende oorzaak speelt. Een thuistest kan dan een snelle eerste indicatie geven, maar hij vervangt dat traject niet. Hetzelfde geldt als je een operatie aan de testikels of een liesbreuk hebt gehad, bij een eerdere bof op latere leeftijd, of na een chemokuur — in die gevallen hoort het onderzoek meteen bij een arts.
Waarom mensen deze test toch kiezen
Omdat een spermaonderzoek bij een kliniek betekent: een afspraak maken, uitleggen waarom, een monster inleveren in een gebouw waar je niet wilt zijn, en wachten. Een thuistest is tien minuten op je eigen badkamer. Voor een eerste indruk — zit ik ongeveer in de buurt van normaal, of helemaal niet? — is dat genoeg om te weten of je dat traject in moet.
Alle testen staan in de winkel. Hoe een thuistest in het algemeen werkt, van pakket tot uitslag, staat bij hoe testen werkt.
Een zelftest geeft een betrouwbare eerste indicatie, maar vervangt geen medische diagnose. Bevestig een positieve of twijfelachtige uitslag altijd bij een arts of de GGD.